Protestants-Evangelische
Kerk Boechout
🛒WINKELMANDJE
Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Met elkaar in gesprek blijven

In tijden van Corona is ineens alles anders. Voor velen van u is het een goede gewoonte om op zondag naar de kerk te komen, om samen te bidden, te danken, te zingen, Gods Woord te horen en ons af te vragen wat dit Woord, deze ontmoeting, in de wereld van vandaag, de situatie van vandaag voor ons betekent.

Als u binnenkomt, staat de ouderling van dienst bij de deur en begroet de binnenkomenden met een handdruk. Veel kerkgangers zijn gewend elkaar de hand te schudden of een kus te geven. Het versterkt onze band. Ik merkte al direct toen ik hier kwam: dit is een warme gemeenschap, met fijne, persoonlijke omgangsvormen.

Dat kan nu ineens niet meer, en dat voelt heel, heel merkwaardig. Het is zo moeilijk om dit vertrouwde ritueel op te geven, dat de Nederlandse premier Rutte, toen hij begin deze week op een persconferentie over de maatregelen rond het Coronavirus net had gezegd dat we voorlopig ervan moeten afzien om elkaar de hand te schudden, hij automatisch de man naast hem de hand schudde om hem te bedanken en afscheid te nemen. Hij schoot in de lach en riep: “Dit mag dus niet meer!!”

Wij mensen zijn aangelegd op onderling contact. Elkaar niet meer kussen (als je dat gewend was) of elkaar geen hand meer geven, vergt gewoon veel oefening, vooral in het begin.

En toch is deze sociale distantie misschien wel de belangrijkste manier om de verwoestende werking van het Corona-virus in te dammen. Ik werd me daar pas afgelopen woensdag van bewust, toen ik twee artikelen las die mij de ogen openden. Het ene ging over Hong Kong, waar de situatie relatief gunstig is, juist omdat mensen een grote zelfdiscipline hebben en veel afstand van elkaar houden. In restaurants worden zelfs doorzichtige kunststof schotten opgebouwd, om de verspreiding van het virus tegen te gaan. In Hong Kong heeft men de verwoestende werking van het SARS-virus van een aantal jaren geleden nog in het hoofd. Men weet daarom beter dan wij hoe levensreddend die sociale distantie in dit soort situaties is. Het andere artikel was van de hand van de Nederlandse schrijver Ilja Leonard Pfeijffer, die al enkele jaren in Genua (Noord-Italië) woont. Hij sloeg de Nederlandse autoriteiten om de oren wegens hun laksheid en voorspelde dat de situatie in Nederland over twee weken waarschijnlijk erger is dan nu in Italië, omdat de Nederlandse gezondheidszorg aantoonbaar minder goed is dan die in Noord-Italië (onderbouwd met cijfers van de OESO). En als we zien dat in Italië nu al Intensive Care afdelingen in tenten worden ingericht, en er gekozen moet worden welke patiënten nog behandeld kunnen worden en welke helaas niet meer, dan moet dat Nederland zeer te denken geven!

Kortom: sociale distantie moeten we echt als levensreddend beschouwen in deze situatie, hoe zeer we daar ook aan moeten wennen.

Inmiddels zijn er vele manieren om de ontmoeting gaande te houden, om met met elkaar in gesprek te blijven. Ook de bijbellezingen van vandaag worden gevormd door, deels ellenlange, gesprekken: God is in gesprek met Mozes (Exodus 6,2-9) en Jezus is in gesprek met een naamloze Samaritaanse vrouw, bij de Jacobsbron in Sichar, vlakbij Sichem.

Voor vandaag wil ik me concentreren op de ontmoeting van Jezus met de vrouw bij de bron. Het is een verhaal dat alleen door Johannes verteld wordt.

Er zitten heel veel lagen in en heel veel aspecten aan dit lange verhaal.

Ik wil vandaag graag stilstaan bij de beeldspraak over het levende/stromende water.

Waar één vraag al niet toe kan leiden: ‘Geef mij wat te drinken’ vraagt Jezus aan een vrouw als hij rond het middaguur zit uit te rusten en zijn leerlingen het dorp in zijn gegaan om eten te kopen. Het is een schilderachtig tafereel, op een historische plek. Ooit, heel lang geleden, had aartsvader Jakob dit stuk land gegeven aan zijn lievelingszoon Jozef. Dat wordt beschreven in Genesis 33,19 en op enkele andere plaatsen (Genesis 48,22, Jozua 24,32). Nergens wordt vermeld dat op dit stuk land ook een bron of een put was. Een waterput die voor Jakob ooit van grote betekenis was geweest was, was niet hier, maar heel ver weg: in het land Paddan Aram. Daar was hij door zijn moeder Rebekka naartoe gestuurd, om een geschikte huwelijkspartner te vinden, bij haar familie. Jakob vindt haar bij een bron (Genesis 29,1-13). Daar treft hij Rachel aan, de dochter van zijn oom Laban, en hij wordt direct verliefd op haar. Van een ontmoeting tussen een man en een vrouw bij een bron komt in de boeken Genesis en Exodus wel vaker een huwelijk. Dit geldt behalve voor Jakob ook voor Isaak en Rebekka (via de knecht van Abraham in Genesis 24) en voor Mozes en Sippora (Exodus 2,15-22).

We zijn, met deze verhalen in het achterhoofd, dus gewaarschuwd: ook bij deze Jakobsbron, op deze historische grond, zou dit zo maar een romantische ontmoeting kunnen worden…

Maar nee, het verhaal neemt een heel ander wending. Of Jezus überhaupt iets te drinken krijgt uiteindelijk, krijgen we helemaal niet te horen in het hele verhaal. Jammer! Daar gaat het dus blijkbaar niet om……Het gesprek tussen Jezus en de Samaritaanse vrouw bij de bron dient vooral de theologische bedoelingen van de verteller. Hun gesprek krijgt al gauw een diepzinnige, zo niet mystieke lading.

De vrouw brengt het gesprek op het verschil tussen Joden en Samaritanen, met een vraag waarvan de strekking is: ‘Jullie moeten ons toch eigenlijk niet?’ De vrouw stelt steeds een kritische, soms zelf ironische tegenvraag, zoals deze: ‘Heer, de put is diep en u hebt niet eens een emmer! Waar wilt u dan levend water vandaan halen? U kunt toch niet meer dan Jakob onze voorvader?’ (v.11-12) Het lijkt wel of de vrouw hem uitdaagt met steeds weer een nieuwe vraag die we vandaag de dag voor een stevige vorm van identiteitspolitiek zouden houden: de berg Gerizim tegenover Jeruzalem, Samaritanen tegenover Joden. Ze wordt waarlijk geraakt als Jezus meer van haar blijkt te weten dat ze zelf heeft losgelaten. De vijf mannen die ze gehad heeft, zouden zelfs kunnen staan voor de vijf verschillende goden die de Samaritanen volgens sommige bronnen gediend zouden hebben.

De kern van het verhaal wordt gevormd door Jezus’ uitspraak in de verzen 13 tot en met 15: ‘Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen, maar wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.’

Voor mij klinken deze woorden overtuigender, als ik een snikhete middag voor me zie, met een van een lange reis bestofte Jezus op de rand van de put zittend, die met zichtbaar genot een halve liter water (of meer….?) uit de emmer van die vrouw drinkt. Daarna zegt hij dit. De levengevende rol van het water wordt niet ontkend, maar wordt verdiept door deze woorden. Het wordt op deze manier een soort ‘Ik ben…’ woord: Ik ben de goede herder, ik ben het brood des levens, ik ben het licht der wereld, ik ben de ware wijnstok: metaforen waar Johannes zo goed in is en die allemaal een aspect van de Messias uitdrukken: dat van noodzakelijke voedsel en drank, dat van zorg en verantwoordelijkheid, dat van een altijd omringende aanwezigheid. De vraag is: willen wij dat zien, willen wij ernaar leven?

Willen we ons laten sterken door zo’n bron van levend water in onszelf?

Het gaat hier om een mystieke verbinding tussen Jezus en zijn volgelingen, die in de andere evangeliën zeker niet op deze manier getekend wordt. Het is dus typerend voor Johannes.

Eerlijk gezegd: ik word een beetje kriebelig van dit taalgebruik en denk: een verbinding met Jezus Christus als onze Heer en Heiland vind ik prima, maar ik sta liever op mijn eigen benen, en draag liever mijn eigen verantwoordelijkheid.

Maar in een commentaar lees ik, dat hier op de achtergrond vele oudtestamentische teksten staan, zoals Genesis 21,19 (Hagar redt Ismaël dankzij een ‘put van levend water’ ) , Hooglied 4,15, Ezechiël 47 (het water dat uit de tempel stroomt aan het einde der tijden) en dat het beeld van het levende (= stromende, verse, niet stilstaande) water ook een beeld van de Tora is, dat ons verkwikt en nieuwe energie geeft, dan raak ik opnieuw geïnteresseerd. Bovendien heeft het Johannesevangelie een grote belangstelling voor de levengevende kracht van water. Dat begint al met de doop (Joh.1), de bruiloft in Kana (Joh.2) , de genezing van de verlamde in Bethesda (Joh.5), de passage over het loofhuttenfeest (Joh.7,37-39), de voetwassing (Joh.13) , bloed en water die samen zullen vloeien uit de dode Jezus aan het kruis.

Het is de moeite waard al deze verhalen er eens naast te nemen en te kijken hoe Johannes het beeld van het water gebruikt. Dan krijgt het een nieuwe diepte. Alleen de doop heeft hij, in alle hierboven genoemde voorbeelden gemeen met de andere evangeliën, de ander verhalen heeft hij als enige evangelist!

Terug naar ons vandaag: er is een gemeenschappelijke bron waaraan we ons kunnen laven, altijd weer. Dat zijn de verhalen uit onze rijke religieuze traditie, die van het Eerste en het Tweede Testament, van Tenach en Evangelie. In deze periode van gedwongen opschorten van contacten kunnen we ze opnieuw ontdekken en met elkaar het gesprek gaande houden over wat dit voor ons vandaag betekent! Vandaag, en alle dagen van ons leven. Amen.

Reacties   

# Mark Goris 15-03-2020 17:46

Dat water in zoveel bijbelse verhalen zo’n veel lagen betekenis heeft, was mij nog nooit opgevallen. Die Johannes visie op water houdt ons vandaag wakker, alert voor wat belangrijk is in de ‘harde wereld’ van vandaag. Bedankt Mieke voor die inkijk.
# Wilfried Blondeel 16-03-2020 13:30
Zien we hier iets van dat levende water dat Jezus aan de aan de Samaritaan wil geven. We denken misschien tete materialistische maar moet alles zo spiritueel zijn? Wat dachten de Joden in de KZlagers toen ze de verzen lazen uit de toratekst van deze zondag? Spirituele hulp was dan ook niet nuttig! Je hebt wel wat leeswerk bijgevoegd. Het lijkt wel een goede formule voor later als we een zondag moeten overslaan. Dit alles als het niet teveel extra werk vraagt. Voor mij mag je dit verderzetten in de coronatijd. Wilfried

Je hebt onvoldoende rechten om een commentaar te posten.