Het adres van God

Als je studeert en op “kot” bent, moet je vaak twee adressen opgeven. Het kotadres èn het thuisadres. Het zal u misschien verwonderen, maar God heeft, bij wijze van spreken, óók twee adressen. God woont toch overal, zult u zeggen. Ja, God kan overal zijn, maar Hij wóónt maar op twee adressen. En het verrassende is dat Hij op beide plaatsen tegelijk woont!

In Jesaja lezen we: “In hoogheid en heiligheid zal Ik tronen, bij hen die verslagen en onaanzienlijk zijn, opdat de onaanzienlijke geest herleeft, opdat het verslagen hart tot leven komt.” (Jes. 57 : 15)

Deze boodschap was in de eerste plaats bedoeld voor het volk dat uit Babel was teruggekeerd. Ze hadden veel ellende doorstaan. Maar teruggekomen, zaten ze nu op de puinhopen van Jeruzalem. Zij vroegen zich af: “waarom ziet God ons niet?  Waarom hoort Hij niet?” Een oermenselijke reactie!

De profeet Jesaja mag, namens God, zijn volk troosten. God woont niet alleen in de hoge, maar ook bij de onaanzienlijken en de verslagenen.

Bij allen die gebukt gaan onder zorgen, gebroken relaties en eenzaamheid. Uitgerekend bij hen is God thuis!

Dat gold voor de teruggekeerde ballingen en dat geldt ook voor ons. Jezus is namelijk de “luchtbrug”, die hemel en aarde verbindt en het geloof in Hem is onze “loopplank”, waarover wij bij de hoge en heilige God mogen komen. Wij gaan bij God zèlf aan boord! De eerste is Christus, die – afgedaald – onze laagte en leegte wil delen. Hij is onder ons komen wonen. Zijn “adres” is ons adres.

Wanneer u zich afvraagt: waarom zou de hoogheilige God bij ons willen wonen? Dan is dat om ons op te fleuren en te doen opademen. Om het hart van verslagen mensen te doen opleven. God wil ons “reanimeren”: troosten, bemoedigen en uitzicht geven. Dat opent een geweldig perspectief voor de toekomst van ons en onze wereld. In het laatste Bijbelboek wordt ons daarvan een kijkje gegund als Johannes het heeft over een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Alle tranen zullen worden afgewist. Verdriet zal er niet meer zijn. Zelfs de dood niet.

In dit Bijbelboek staat ook dit: “Ik sta voor de deur en klop aan. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik binnenkomen en we zullen samen eten, Ik met hem en hij met Mij.” (Op. 3 : 20)

De Heer klopt aan de deur van ons hart. Hij wil bij ons wonen. Ons adres is Zijn adres!  Hij vraagt enkel aan u en mij: “Open toch die deur!”