Calvijn en het Calvinisme

De Obama van de zestiende eeuw.

“Van migrant tot opinieleider. Geen enge ayatollah, maar de Barack Obama van de 16e eeuw. Zowel Calvijn als Obama zijn selfmade. Calvijn werkte zich vanuit het niets in Noyon op tot een man van de wereld,” aldus Mirjam van Veen, als kerkhistoricus verbonden aan de V.U. in Amsterdam. Zij ziet heel wat overeenkomsten tussen beide mannen. Alle twee hebben zij charisma en weten mensen lokaal te activeren. Allebei hebben oog voor de gewone mens en de plaatselijke gemeenschap. Net als Obama wilde Calvijn ‘change’. En ook hij bespeelde de media van zijn tijd: de boekdrukkunst.

 


Het artikel van Mirjam van Veen is één uit de gestage stroom van artikelen, die gepubliceerd zijn of nog zullen worden in dit Calvijnjaar. Ook in de K.T. heeft u op bescheiden wijze daarover kunnen lezen. Het gevaar is echter dat we zozeer de historische figuur Calvijn in het middelpunt zetten dat we een beetje uit het oog verliezen waar Calvijn voor stond èn staat. Het is de vraag of hij zèlf gelukkig zou zijn met al die belangstelling rond zijn persoon.

Waar stond Calvijn voor?

Die vraag is niet eenvoudig in enkele zinnen te beantwoorden. Daarom enkele kenmerken van de beweging, die zijn naam draagt, het Calvinisme:

  • Het psalmgezang is typerend voor de Calvinistische eredienst. Calvijn zelf heeft zich daarvoor onvermoeibaar ingezet. Nog altijd worden in kerkdiensten, die staan in deze traditie, psalmen uit het Geneefs Psalter gezongen.
  • In het middelpunt van de eredienst staat de prediking. Vandaar dat vanouds de kansel zo’n centrale plaats inneemt. Sacramenten (doop en avondmaal) zijn teken en zegel van het verkondigde Woord.
  • Omdat de verkondiging (de preek) zo in het middelpunt staat, kenmerkt de kerkdienst zich door soberheid. Er zijn geen liturgische gewaden. Hooguit de (redenaars)toga, die verwijst naar het leraar-zijn van de prediker.
  • Het uitgangspunt van denken van Calvijn en het Calvinisme is de soevereiniteit van God. Gods heerschappij op alle levensgebieden had en heeft verstrekkende consequenties.
  • Zo eindigde vanouds de kerkdienst met de opdracht “uw taak in de wereld begint nu!” Het accent valt op het dagelijks bestaan, waarin Gods soevereiniteit over het leven duidelijk moet worden.
  • Door Woord en Geest regeert Christus de Kerk in het ambt. Principieel zijn dan ook de ambten gelijkwaardig. Ten tijde van Calvijn kende men er vier: doctor, predikant, ouderling (presbyter/oudste) en diaken. De doctor in de theologie wordt niet meer beschouwd als afzonderlijk ambt. Calvinistische kerken kennen er dus nog drie. Van deze drie is het ambt van ouderling trouwens het belangrijkste, vandaar de naam: Presbyteriaanse Kerken. De ouderlingen/oudsten leiden samen de geloofsgemeenschap.
  • Het enige echte ambt is het ambt van gelovige (algemeen priesterschap der gelovigen). Het leven van die gelovigen is gericht op levensheiliging en de kerk is dienstbaar aan de gemeenschap. Dit gericht zijn op de gemeenschap, heeft het calvinisme de naam “democratisch” bezorgd. Dat is ook zo, zij het dat het bij beslissingen nooit gaat over een meerderheid, in de zin van de helft-plus-één, maar altijd om het verkrijgen van een consensus.
  • De heiliging van het leven krijgt bij Calvijn evenveel nadruk als de rechtvaardiging uit het geloof alleen (de centrale these bij Luther).
  • De mens is slechts rechtvaardig voor God door Jezus Christus. Door het doen van goede werken kan het heil niet verkregen worden. Goede werken zijn geen voorwaarde, maar gevolg; uitdrukking van dankbaarheid voor Gods genade. Ook het geloof zelf is een geschenk van God.
  • Indien immers het geloof in de rechtvaardiging een werk van de mens is, dan is het heil uiteindelijk toch weer afhankelijk van een menselijke prestatie. Vandaar dat Calvijn komt tot de stelling, dat het heil van alle eeuwigheid af vastligt in Gods raadsbesluit (decretum horribile).


Over de leer van de uitverkiezing, waardoor het Calvinisme zo berucht is geworden als een “zware” en fatalistische leer, valt veel te zeggen. Oorspronkelijk was het zeker niet een centraal thema, noch bij Calvijn, noch bij de hoofdstroom van het Calvinisme. Calvijn wilde vasthouden aan de twee uitgangspunten: God alle eer geven (Soli Deo Gloria) èn het heil van de mensen. Dat behoud hangt niet af van enige menselijke activiteit (de goede werken), maar alleen van God zelf door de verlossing in Christus. Calvijn moet dan ook besluiten dat het menselijk heil vastligt in Gods raadsbesluit. Voor de eerste generatie Calvinisten had dit niets angstaanjagends, maar wat het juist uiterst troostrijk. Met name Theodorus Beza (opvolger van Calvijn) gaf dit leerstuk de neerdrukkende trekken, waardoor “Calvinisme” voor vele buitenstaanders zo’n sombere bijsmaak heeft gekregen.

  • Geen enkele tak aan de boom van het Christendom heeft zozeer vastgehouden aan de twee-eenheid van het publieke leven (waartoe ook de overheid wordt gerekend) en van de persoonlijke vroomheid (waartoe de kerk behoort)
  • In tegenstelling tot de andere Reformatoren bracht Calvijn daarom een scheiding aan tussen kerk en staat. Beiden stellen zich onder het Woord, maar zijn volstrekt gescheiden. Of om Calvijn te citeren: “Op het gebied van de ordening van het openbare leven, heeft de Staat een goddelijke roeping, die in de Schrift wordt aangegeven en hem voortdurend door de kerk wordt voorgehouden. De kerk roept de overheid en het volk op tot gehoorzaamheid aan Gods geboden. De Staat dient de kerk in de gelegenheid te stellen haar opdracht in de wereld in volle vrijheid te vervullen.”

 

Calvinisme in deze tijd.

Op 31 oktober “vieren” protestanten Hervormingsdag. Dit jaar zal die dag zeker in het teken staan van Calvijn. Maar voor we ons gaan bezondigen aan persoonsverheerlijking, toch wel dit ….

Calvijn zien als de Obama van de 16e eeuw? Dat is de Reformator overvragen. Het Calvinisme als een “moderne” wijze van geloven en kerk-zijn beschouwen? Dat is wellicht te vlug gezegd. Er zijn in het Calvinisme kanten, die “moeilijk liggen” in onze moderne tijd. Merkwaardigerwijs behoren zij geen van allen tot het centrale gedachtegoed van de Reformator. Het “democratisch” gehalte, de scheiding tussen kerk en staat, de principiële gelijkheid van allen (algemeen priesterschap), het accent op het geloof van alledag, net zo goed als de vrijheid om de Schrift zèlf te bestuderen …. Dat zijn wel zaken om mee te nemen in de XXIe eeuw. Maar vooral de grote nadruk die gelegd wordt op het eren van God in het dagelijks leven, zowel in de kerk, maar vooral daarbuiten. In dit soort zaken is het Calvinisme actueel. Het is de grote uitdaging voor het Calvinisme om te bewaren wat essentieel is en vernieuwend. En te wijzigen of afscheid te nemen van wat gedateerd is, zonder afbreuk te doen aan de kern: Soli Deo Gloria!

N.B. Dit kleine artikeltje wil zeker niet de pretentie hebben volledig te zijn. Het is slechts een aanzet tot het verstaan van het Calvinisme; de stroming waartoe ook de Verenigde Protestantse Kerk in België en dus “onze” gemeente behoort.