Wat is dat, genade?

“Genade zij met U.” (Kolos. 4 : 18)

“Genade zij met U”.
Daarmee besluit Paulus zijn brief aan de christelijke gemeente te Kolosse.
En in de 16e eeuw was het woord “genade” voor Luther een sleutelbegrip (het ‘sola gratia’). Maar in onze tijd gebruiken wij het nauwelijks. Het is zo’n typisch kerkelijk woord geworden. En de betekenis ervan ontgaat velen. Wat bedoelde Paulus eigenlijk met deze groet aan de gemeente? En waarom stond het zo hoog genoteerd in de Reformatietijd?
‘Genade’ is een rijk en diep woord. Of sterker nog: zonder dit woord is het onmogelijk om voor God en kerk vruchtbaar bezig te zijn. ‘Genade’ is iets, dat je als gelovige nodig hebt. Net als een plant niet zonder water kan.

Maar wat wil het nu eigenlijk zeggen?
Sommigen denken bij ‘genade’ aan kwijtschelding van straf. Zo werd (wordt) het ook in de maatschappij gehanteerd. Het is dan een juridische term geworden, waarbij een rechter de straf van een veroordeelde inkort of kwijt scheldt.
Het is de vraag of op deze wijze recht wordt gedaan aan de groet van Paulus in de Kolossenzenbrief. Als we het begrip ‘genade’ nauwkeuriger bekijken, komen we tot heel andere conclusies.

Het Griekse woord voor genade is charis. En dat woord heeft voor ons een aantal verrassingen in petto! Charis kun je n.l. ook vertalen met: liefde, genegenheid, weldaad. Wanneer Paulus over ‘genade’ spreekt, gaat het ook die richting uit. Genade is voor hem vooral de weldaad van God aan de mens. Het is “iets” wat de mens krijgt aangeboden, zomaar zonder tegenprestatie. En dat “iets” is iemand! Namelijk: Christus.
Door Hem geeft God: liefde, genegenheid, redding, vergeving, maar ook kracht en geestelijke gaven om mens-tussen-mensen te kunnen zijn. God geeft en de mens ontvangt!

Maar ……
Genade ontvangen, betekent wèl accepteren afhankelijk te zijn. En daar zit voor ons een probleem. Om de vergelijking met die plant nog eens te gebruiken: geworteld zijn in Christus, is in afhankelijkheid te durven leven. Is, als een rank aan de wijnstok, in je dagelijks leven putten uit de Bron, die kracht en leven geeft. Want hoe kan een rank vruchten opleveren als de wijnstok geen voedsel geeft? Of: hoe kan een plant overleven, indien zijn wortels geen water krijgen?

Nu beseffen we misschien, waarom het zo moeilijk, zelfs onmogelijk is om God te dienen zonder genade. En waar blijft een kerk als Christus zèlf zijn gemeente niet bouwt op Gods genade? En ook al hebben wij het in onze tijd moeilijk met afhankelijk-zijn; willen we liever onafhankelijk zijn, toch wordt ons steeds weer aangezegd: zonder Gods genade red je het niet!

Wellicht is dat ook de reden, dat Paulus zijn brieven begint èn eindigt met de genadegroet. Want ook die eerste Christenen hadden het moeilijk met die afhankelijkheid. Het is alsof Paulus zijn lezers, de Kerk, wil leren dat ‘genade’ het eerste en het laatste is wat mens en gemeente nodig hebben.
En ook al wordt het in het dagelijkse leven nog slechts zelden gebruikt, toch willen/mogen we elkaar blijven groeten met dat kleine zinnetje:
“Genade zij met U”.