Leren

Oecumenisch Leerhuis over Paulus

Geschreven door Truus Schouten zaterdag, 30 januari 2010 20:39

In februari  2010 zal het Oecumenisch Leerhuis weer van start gaan. De avonden zullen telkens beginnen om 20u., en wel op woensdagavond 3, 10 & 24 februari. De eerste avond gaat door in onze kerk met als spreker Mgr. P. Van den Berghe. De 2e & 3e avond zullen doorgaan in het Gildenhuis (St. Bavoplein). Mgr. Van den Berghe belicht de figuur van Paulus als missionaris/zendeling. De apostel is bekend om zijn zendingsreizen. Hij onderhield met zijn, door hem gestichte geloofsgemeenschappen, een intense correspondentie. Zijn brieven zijn bewaard gebleven en vormen een belangrijk deel van de geschriften van het Nieuwe Testament. Welke visie op kerk en samenleving ontdekken we hierin? En ook: wat leren deze brieven ons voor de kerk van 2010?

Lees meer: Oecumenisch Leerhuis over Paulus

 

Gesprekskring

Laatst aangepast op zaterdag, 30 januari 2010 20:39 Geschreven door Truus Schouten zaterdag, 30 januari 2010 20:37

De Gesprekskring zal op woensdag 17 februari om 20u. samenkomen in de pastorie. Het ligt in de bedoeling dat de groep ook dit keer een kerkdienst voorbereid, zoals vorig jaar rond de Accraverklaring. Dit keer willen wij stil staan bij de woorden “belijden en belijdenis”. In de bijeenkomst van januari hadden enkele deelnemers hun persoonlijke geloofsbelijdenis op papier gezet, als uitgangspunt voor gesprek. Er is een rijke verscheidenheid aan geloven en belijden. Maar ook zijn er veel raakpunten. Duidelijk werd wel dat overtuigingen niet gelijk lopen, maar dat het persoonlijk formuleren van geloofsverhalen de geloofsbeleving verdiept. De groep zou het fijn vinden als nog enkele leden van onze gemeente aan het gesprek op 17 februari zouden deelnemen. Hartelijk welkom!

Vertaling Jona 3:1 – 4:4

Laatst aangepast op zaterdag, 24 januari 2009 15:07 Geschreven door ds.G.Schouten zaterdag, 24 januari 2009 15:06

En het geschiedde:
het woord van de Heer tot Jona, (Jona betekent ‘duif’)
ten tweede male,
zeggend:
Sta op!
Ga naar Ninevé, die grote stad,
en roep tot haar
de roep, die Ik spreek tot u.
En Jona stond op
en ging naar Ninevé,
volgens het woord van de Heer.
En Ninevé was een godsgrote stad,
drie dagen gaans.
En Jona begon
de stad in de komen,
één dag gaans.
En hij riep en zei:
Nog veertig dagen
en Ninevé wordt omgekeerd! (letterlijk: geschokt)
En de mannen van Ninevé
geloofden God
en zij riepen een vasten uit
en kleedden zich met zakken
van groot tot klein.
En het woord bereikte
de koning van Ninevé;
en hij stond op van zijn troon,
en hij legde zijn mantel (van zich) af,
en hij bedekte zich met een zak,
en hij zette zich in de as,
en hij liet uitschreeuwen
en men zei in Ninevé
op bevel van de koning en zijn groten
zeggend:
mens en dier,
rund en schaap,
zij mogen niets proeven,
er mag niet geweid worden,
en water zal men niet drinken!
Met zakken moet men zich bedekken;
mens en dier.
En men moet roepen
tot God met kracht!
En ze moeten omkeren,
ieder van zijn kwade weg,
van het geweld,
dat in hun handen is!
Wie weet,
keert God om
en heeft Hij berouw,
en keert Hij om
van zijn laaiende toorn,
en zullen wij niet verloren gaan!
En God zag hun daden,
dat zij omkeerden
van hun kwade weg.
En God had berouw
over het kwaad,
dat Hij gezegd had hun te doen.
En Hij deed het niet!
En dat was kwaad voor Jona,
een groot kwaad.
En het (ont)stak hem.
En hij bad tot de Heer
en zei:
Ach Heer,
was dit mijn woord niet
toen ik nog was
op mijn geboortegrond?
En om het voor te zijn,
daarom vluchtte ik
naar Tarsis.
Want ik wist
dat Gij zijt een God,
genadig en barmhartig,
lankmoedig en veel van genade, (lankmoedig=uiterst geduldig)
U berouwt het kwaad.
Nu Heer,
neem toch mijn ziel van mij,
want sterven is mij beter dan leven.
Maar de Heer zei:
Is het goed
dat gij ontstoken zijt?
 

Vertaling Jona 1:1 – 2:2

Laatst aangepast op zaterdag, 24 januari 2009 15:07 Geschreven door ds.G.Schouten donderdag, 08 januari 2009 18:19

1. Toen geschiedde het woord van de Heer
tot Jona, de zoon van Amittai zeggende:
2. Sta op, ga naar Ninevé, die grote stad en roep tegen haar,
want opgestegen is hun kwaad voor mijn aangezicht.
3. En Jona stond op,
- om te vluchten naar Tarsis -,
weg voor het aangezicht van de Heer.
En hij daalde af naar Jaffa;
hij vond een schip dat op Tarsis voer,
gaf vaarloon
en daalde er in af,
om met hen te varen naar Tarsis,
weg voor het aangezicht van de Heer.
4. De Heer echter
gooide een grote wind naar de zee,
er ontstond een grote storm in de zee
En het schip
dacht te breken.
5. Toen vreesden de zeelieden
en zij schreeuwden, ieder tot zijn god.
En zij gooiden de vaten,
die op het schip waren in de zee
om dit te verlichten.
Jona echter daalde af in het ruim,
legde zich neer
en viel in diepe slaap.
6. De schipper naderde tot hem
en zei tot hem:
Hoe kun je zo diep slapen!
Sta op,
roep tot je god,
misschien
wil die god zich om ons bekommeren,
zodat wij niet verloren gaan!
7. Zij zeiden, de één tot de ander:
kom laten we het lot werpen,
zodat wij weten door wie
dit kwaad ons treft.
Zij wierpen het lot
en het lot viel op Jona.
8. Zij zeiden tot hem:
Zeg ons toch, jij,
door wie dit kwaad ons treft:
wat is je zending?
Vanwaar kom je?
Wat is je land
en uit wat voor volk ben jij?
9. Hij zei tot hen:
Hebreeër ben ik.
De Heer, de God van de hemel, vrees ik,
die gemaakt heeft de zee en het droge.
10. Toen vreesden de mannen met grote vrees
en zij zeiden tot hem:
Wat heb je gedaan!?
Want zij wisten:
voor het aangezicht van de Heer
was hij op de vlucht,
dat had hij hen gemeld.
11. Zij zeiden tot hem:
Wat moeten we met je doen,
dat de zee van ons aflaat?
Want de zee wordt gaandeweg
méér onstuimig.
12. Hij zei tot hen:
Neem mij op en gooi mij in de zee,
dat de zee van jullie aflaat.
Want ik weet:
door mij is deze grote storm over jullie.
13. De mannen roeiden nog om hem
terug te brengen op het droge.
Maar zij konden het niet!
Want de zee werd gaandeweg
méér onstuimig tegen hen.
14. Toen riepen zij tot de Heer
en zeiden:
Ach, Heer,
laat ons niet verloren gaan
om het leven van deze man
en leg niet op ons onschuldig bloed.
Gij toch, Heer, naar het U behaagt,
zo hebt Gij gedaan.
15. Toen namen zij Jona op,
en gooiden hem in de zee.
En de zee stond stil
en woedde niet meer.
16. Toen vreesden de mannen de Heer,
met grote vrees.
Zij offerden een slachtoffer
aan de Heer
en deden geloften.
2:1. De Heer beschikte een grote vis
om Jona op te slokken.
Jona was in het ingewand van de vis
drie dagen en drie nachten.
2. Jona bad tot de Heer, zijn God,
uit het ingewand van de vis.

Gespreksgroep

Geschreven door Marten zaterdag, 12 april 2008 14:36

Dat was best een pittige avond op 26 maart, waar we gesproken hebben over euthanasie. Zo'n vraagstuk dat geen bevredigend antwoord kent en waar zeer waarschijnlijk in de komende jaren zowel in de kerk, de politiek als wel elders nog veel gesproken zal worden.

De volgende avond zal NIET zoals eerst afgesproken op 7 mei zijn, maar op 21 mei (!) in de pastorie. We gaan op deze avond een kerkdienst mee in elkaar zetten voor de zondag die er op volgt, 25 mei.

Lees meer: Gespreksgroep

 

JPAGE_CURRENT_OF_TOTAL

«StartVorige123VolgendeEinde»